Jacob Venker — Nagenoeg. Weer, water, kosmos en schilderen uit verwondering en waarneming.

Historisch archief / Weer & onderzoek

Koude medio december 2007

Oorspronkelijke publicatie · venus07.html

 

KOUDE MEDIO DECEMBER 2007

 

Sint Anthonis, 11 december 2007

Het weerbericht is een vast meubelstuk in medialand. De waarde van langere termijn uitspraken, zoals die van de Brit Pierce Corbyn, maar ook die van mij, bewijzen zich zeker wel uit de behoefte daaraan vanuit de gehele samenleving. Mijn advies is dit soort prognoses zeker wel serieus te nemen, maar dan niet eerder dan een paar dagen voordat ze actueel worden, daarbij de gewone weerberichten met extra aandacht te volgen. M.a.w.: hanteer ze, gelet op en gegeven de weersomstandigheden van dat moment, vijf dagen en bij vast weer langer van te voren, zelfs soms spectaculair ver van te voren.   

In mijn kalendarium De Weerwijzer beperk ik mij tot het aangeven van louter omslagdagen. Die gaan niet verder dan het meten van een verhoogde kans op onstabiel weer of een merkbare temperatuurschommeling.. That is all.

Hoe vaak komt het niet voor dat je herhaaldelijk hetzelfde overkomt, je daarbij meent iets te ontdekken waarvan je aanvankelijk de oorzaak niet weet. Dat wekt je nieuwsgierigheid en ga je zoeken naar een verklaring. Een heel natuurlijke reactie is dat je gaat turven omdat je wilt weten of er geen toeval in het spel is. In dit verband betreft dat bij de Brit Corbyn de vermeende invloed van van zonnevlekken (cosmische straling) op de buitenste lagen van de aardatmosfeer en daardoor ook op ons weer en klimaat. Dat zelfde geldt voor mij ten aanzien van de posities van de planeten van ons zonnestelsel en hún mogelijke invloed. Gelet op bestaande onderzoeksresultaten kun je daarmee totnutoe alleen maar aannemelijk maken en beschrijven dat er een verband bestaat. Het gemeten effect verklaren is totnutoe bijna onmogelijk ( Het verschijnsel aantrekkingskracht, magnetisme of electrische lading overigens ook niet, maar zijn die wel te beschrijven ).

De technieken die ik sinds jaar en dag ten behoeve van "De Weerwijzer" hanteer, heb ik  zelf ontwikkeld. Ze zijn goed gedocumenteerd en neergeslagen in wetenschappelijke papers. Zonder enig voorbehoud werden alle resultaten gepubliceerd en staan deze ook al geruime tijd breeduit op dit internet geëtaleerd. Het betreft het resultaat van puur empirisch onderzoek. M.a.w.: uitspraken gedaan, zonder een theoretische fundering maar uitsluitend op basis van een statistisch gemiddelde. In wetenschappelijk opzicht is daar niets mis mee en alles is langs die weg ook goed herhaal- en verifieerbaar.  Maar om daarmee in dat zo chaotische weer nu direct zo specifiek extremen aan te wijzen is een ander verhaal. Totnutoe lijkt dat ondoenlijk aangezien dat zelfde weer nu eenmaal te chaotisch in elkaar steekt.

Indien je aan de hand van alom aanvaarde meetmethoden aannemelijk kunt maken dat je daarmee over langere periodes significant scoort, maar je tot dan toe een theoretische fundering voor de gemeten effecten ontbeert, zou het dan juist wél de plicht van bijvoorbeeld zo’n onderzoeksinstituut als het KNMI zijn ( re: de samenleving = de overheid = het KNMI ) dan wél daarnaar te gaan zoeken. Maar in plaats daarvan wijst men dit af. Goed gescreende prestaties van andere onderzoekers worden (gemakshalve of uit angst voor het onbekende maar) ontkend of belachelijk gemaakt.  Het argument dat het doen van een waardevolle uitspraak op de superlange termijn onmogelijk is, is lariekoek. Goed gescreende publicaties genoeg waaruit wel het tegendeel blijkt.

Hoe nu de Brit Pierce Corbyn nu aan zijn uitspraken komt is mij totnutoe echter een volslagen raadsel. Er wordt door hem immers op geen enkele manier naar bronnen verwezen. Uiteraard heb ik hem daaromtrent wel benaderd maar krijg ik geen reactie. Wanneer Corbyn raak scoort kunnen we echter niet beoordelen of dit aldanniet een toevalstreffer zou zijn en waar hij zijn claim van 80% slagingskans vandaan haalt. Hij zou steviger staan wanneer hij de achtergrond van zijn uitspraken volledig zou openbaren. Dat hij voor medio december 2007 een koude periode, mogelijk met sneeuw, voorspelde ( hoe komt Corbyn daaraan?), valt in die periode echter wél goed te rijmen met de geocentrisch gemeten positie van de planeet Venus. Pas op 9 december 2007 kan worden vastgesteld dat het een paar dagen later echt gaat winteren. Het doet haar naam geen eer aan, maar een andere akelige koude inval met ( of door ) Venus doet zich waarschijnlijk tevens voor, bijvoorbeeld tussen 13 en15 maart 2008, wat overigens weer helemaal niet wil zeggen dat zich tussentijds niet meer vorstperiodes zullen voordoen.

Aan de hand van het grafiekje hieronder wordt met behulp van specifieke posities van de planeet Venus voor de 11de december 2007, maar bijvoorbeeld ook de 10de oktober 2008, een vrij opvallende temperatuurdaling gemeten. Dan bevindt de planeet Venus zich namelijk op de 216de graad van de ecliptica ( 6 grd. Scorpio ). Het is een verschijnsel dat zich al zo lang voordoet als dat mijn meetreeks bestrijkt, d.w.z. bijna een eeuw lang. Ofschoon ik dat niet grondig onderzocht heb, maar wel regelmatig heb waargenomen, wordt deze koude doorgaans voorafgegaan door relatief grote neerslag hoeveelheden ( Dat was ook dit jaar het geval) . Het is een uitspraak die je kunt doen op basis van empirisch onderzoek.

VENUS215Deze afbeelding is niet opgenomen in de meegeleverde ZIP. Oorspronkelijke verwijzing

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor meer achtergronden ga je naar de HANDLEIDING van de Weerwijzer

Terug naar het HOOFDMENU

 

(c)Jacob Venker, Alle rechten voorbehouden:

Terug naar boven ↑